Kooij, Vitringa over de Openbaring van Johannes dl 1.jpg

Klik op de afbeelding voor een vergroting

€ 32,50

Ir. H. van der Kooij: Vitringa over de Openbaring van Johannes

Deel 1

Campegius Vitringa (1659-1722) was professor in de theologie (1682-1722) en kerkgeschiedenis (1693-1722) te Franeker en staat te boek 'als de geleerdste theoloog van zijn tijd'. Hij was een beroemd exegeet. Zijn commentaar op Jesaja was in de 18e eeuw het standaardwerk waar iedereen naar verwees. 
In 1705 kwam zijn Onderzoek over de Openbaring (in het Latijn) uit. Een Nederlandse vertaling verscheen in 1728. Vitringa over de Openbaring van Johannes (deel 1) van ir. H. van der Kooij is een samenvatting van Openbaring 1-14 uit Vitringa's boek.

Vitringa zag een nauw verband tussen profetie en historie. Zijn verklaring is zo rijk aan Bijbels onderwijs en historische duiding, dat gezegd mag worden dat iedereen die zich wil verdiepen in het laatste Bijbelboek niet om zijn nauwkeurig onderzoek van de Goddelijke Openbaring heen kan.

De laatste twee brieven (Openbaring 3) typeren profetisch de kerk van onze tijd: lijdzaam en lauw. De volkomen vervulling van het zesde zegel staat ons nog te wachten (Openbaring 6). Leven wij in de stilte voor de storm? Het tweede gezicht van de zesde bazuin openbaart de huidige toestand van de kerk in het Westen. De getuigen gaan nog uit. Maar het beest uit de afgrond zal hen doden. Doch Gods waarheid ZAL triomferen (Openbaring 11)!
De HEERE belooft dat Hij Zijn verborgenheid aan Zijn profeten zal openbaren (Amos 3:7). Vandaar Zijn Openbaring. Dit boek is uitgegeven opdat Gods volk in de komende tijd van groot gevaar tegen bovenmenselijke verzoeking versterkt zal worden. Dat wij luisteren naar wat de profeet Vitringa op grond van de Openbaring aan Johannes te zeggen heeft. Immers, het profetische woord alleen biedt vastheid in onze boze tijd (2 Petrus 1:19). Zalig is hij, die de Openbaring leest (Openbaring 1:3a).

Henk van der Kooij (1951) studeerde aan de Landbouwhogeschool te Wageningen. Van 1977 tot 2014 was hij docent biologie, waarvan 36 jaar aan het Ichthus College te Veenendaal. Zijn denken is gestempeld door het gedachtegoed van zijn vader, wijlen ds. A. van der Kooij (1911-1997), op wiens sterfdag hij een 'Openbaring-boekrol' vond. Deze vonds leidde tot het schrijven van het boek Onder de zesde fiool (Openbaring 16:12-16;2003) en indirect ook tot deze publicatie.

238